Situationeel leiderschap: voor elke situatie een passende leiderschapsstijl

11 december 2019

Wie met leiderschapsontwikkeling aan de slag gaat, komt het gegarandeerd tegen: het Situationeel Leiderschap Model (SLM) van Paul Hersey en Ken Blanchard. Het idee achter dit bewezen effectieve model: als je je leiderschapsstijl per situatie afstemt op wat medewerkers nodig hebben, presteren ze beter en voelen ze zich meer gewaardeerd. Daardoor neemt niet alleen de omzet, maar ook het engagement toe. Omdat ze ervaren dat de leidinggevende oog heeft voor hun behoeften, voelen mensen zich bovendien veilig genoeg om fouten te durven maken – belangrijke voorwaarden voor persoonlijke ontwikkeling en innovatie. 

Situationeel_leiderschap_Model
Het Situationeel Leiderschap Model van Hersey en Blanchard

Volgens Hersey en Blanchard laten leidinggevenden 2 soorten gedrag zien: sturend en ondersteunend gedrag (ook wel taakgericht en relatiegericht gedrag genoemd). De mate waarin ze dat doen, bepaalt hun leiderschapsstijl. Hersey en Blanchard onderscheiden 4 stijlen, die we onder verschillende benamingen tegenkomen. Wij gebruiken de begrippen van Situationeel Leiderschap II (SLII), een door Ken Blanchard doorontwikkelde versie van het model.

De 4 leiderschapsstijlen 

S1. Leiden (directing) – veel sturing en weinig ondersteuning

De leidinggevende beslist, geeft duidelijke instructies, controleert en stuurt bij.

S2. Begeleiden (coaching) – veel sturing en veel ondersteuning

De leidinggevende beslist, maar hij betrekt de medewerker bij zijn beslissingen, stimuleert het stellen van vragen, luistert naar wat de medewerker te zeggen heeft, moedigt aan en geeft complimenten.

S3. Steunen (participating) – weinig sturing en veel ondersteuning

De leidinggevende en de medewerker bepalen samen hoe het werk wordt gedaan en zoeken samen naar oplossingen. De leidinggevende stimuleert de medewerker en biedt waar nodig ondersteuning. 

S4. Delegeren (delegating) – weinig sturing en weinig ondersteuning

De medewerker is verantwoordelijk voor het wat en hoe. De leidinggevende schept de  randvoorwaarden waaronder de medewerker optimaal zijn werk kan doen.

Taakvolwassenheid: competentie en betrokkenheid 

Welke leiderschapsstijl het meest effectief is, is afhankelijk van de taakvolwassenheid (ook wel het ontwikkelingsniveau) van de medewerker. Taakvolwassenheid gaat zowel over iemands competentie om een bepaalde taak uit te voeren, als over zijn betrokkenheid bij de taak of de bereidheid om verantwoordelijkheid voor die taak te nemen. Daarnaast kan iemands ontwikkelingsniveau per taak verschillen. Er is dus niet één beste manier van leidinggeven – zelfs niet als het om één en dezelfde medewerker gaat. De beste leiders zijn flexibele leiders.  

Situationeel leidinggeven met Insights

De 4 Insights Kleuren kunnen leiders helpen die leiderschapsstijl in te zetten die past bij wat de medewerker op dat moment nodig heeft. 

Situationeel leiderschap_Insights

Nog beter afstemmen met Insights Discovery

Behalve met de vaardigheden van hun medewerkers houden effectieve leiders volgens Insights rekening met persoonlijke voorkeuren. Daardoor weten ze hoe ze hun mensen kunnen motiveren en wat ze nodig hebben om optimaal te presteren. Ook kennen ze hun eigen psychologische voorkeuren en begrijpen ze hoe die tot uiting komen in hun leiderschapsstijl.

Banner-bestellen-magazine-nieuw-leiderschap

Deel deze pagina